Logo




Patiënt: popnostalgici

Recept: Laurel Canyon van Michael Walker

Toen de boekendokter nog een boekendoktertje was, kende hij al muziek voor hij die gehoord had. Op woensdagmiddag kocht hij – voor Hallo Hautekiet alle huiswerklust en daadkracht kon wegleuteren – een Humo en als het die dag van de maand was, een Oor. Na een snelle twijfelende blik op de blote mevrouwen op de bovenste rij – nee toch maar niet, de mevrouw van de kiosk was vast bevriend met de schoonmaker van vrienden van mijn ouders – fietste hij snel naar huis. Uit ontzag werden de bladen nooit opgerold maar onder de trui tegen het lijf geschoven – een schild van journalistieke kennis dat me zou behoeden tegen onhipheid.

Bij het Nederlandse muziektijdschrift Oor keek de jonge boekendokter nooit wat er op de cover stond. Blind vertrouwen en uitstel van verlangen. Vervolgens ging de lullitanie van Studio Brussel op en kon het lezen beginnen. Lezen? Nee, dat is een te zwak woord. Het ging om zelfverrijking, pendelen tussen de sterren, een decor verzinnen bij die playbacksessie voor de spiegel. Het geblader van dunne bladzijden wakkerde het vuur aan dat je dromen deed oplichten en alles wat triestig was aan je eigen bestaan wegbrandde.

Je leerde over de muziek die ’s nachts je puberdoodsangst uitwiste en je verlangen aansterkte. Meanderende verhalen over zompige Mississippi-blues, epische reportages over mysterieuze bands in Seattle en vormende hoofdstukken over roots en idolen. Ruzies, vriendschap en verlangen werden in interviews gegoten. Recensies werden met houweel gehakt of met éénhaarspenseeltjes opgetekend. Reuzen kregen een steen tegen een hoofd, bleke engelen met gitaar braken door de wolken. Onder de zurige inktgeur rook je van bier doordrenkt hout, broeierige kleedkamers, klamme tourbussen en het zweet van snakkende groupies.

Nu leest de boekendokter nog af en toe concertverslagen in de krant. Recensies worden overgeslagen. Voor hij zijn sleutels heeft gevonden om de fiets te nemen naar de platenwinkel, is de hele discografie van oude goden en nieuwe kometen al op zijn harde schijf beland. Een bandnaam horen is meteen weten hoe die klinkt.

Oor bestaat veertig jaar en dat leidde tot de volgende berichtgeving: ‘Heeft een muziektijdschrift nog toekomst?’ vroeg De Standaard zich af. ‘Popmuziek is morsdood’ besloot De Pers. Er is meer muziek dan ooit, maar niemand hoeft het ons nog uit te leggen.

Muziek is nooit meer onbereikbaar. Nooit meer wachten op nieuwe namen of tot je genoeg zakgeld had voor een cd, iPod sluit 24 uur lang alle wereldruis uit, zo u wil. Daar kunnen maar weinig stilisten wat mee. Hopelijk vinden de drukpersdichters van nu elders emplooi.

Voor wie toch nog even terugwil naar een tijd waarover Ani diFrano ooit zong: ‘People used to make records/As in a record of an event/The event of people playing music in a room’, kan de boekendokter een wegdroommiddeltje geven. Het heeft een tijdelijke werking maar voor een paar uur hebt u toch geen last van tijdsheimwee. Probeert u het eens met Laurel Canyon van de Amerikaan Michael Walker. Laurel Canyon is een buurt in Los Angeles waar op het snijpunt van de sixties en seventies een melkweg aan muzikaal talent rondhing. Frank Zappa, Jim Morrison, The Byrds, Buffalo Springfield, Love, Joni Mitchell. Ze hingen er rond met ambities zo groot als hun dromen. Ze werden verliefd op elkaar, kregen ruzie, dronken, verlichtten de nacht met duizend glimwormen van joints en wierookstaafjes. Maar vooral, ze maakten er muziek. Correctie: ze fabriceerden er eeuwigheid.

Lees dit. Voor de duur van het boek is altijd woensdagmiddag.

Reageer