Logo




Patiënt: De zoekenden, de wachtenden

Recept: Herzog van Saul Bellow, Lieve Céline van Hanna Bervoets

Zonder nu te willen klinken als een Boonpersonage, maar hoe kan het toch dat de mensheid maar niet wijs raakt uit sommige problemen? Dan hebben we het nog niet eens over de zware dossiers zoals ‘Is er een leven na het grote slotfeest?’ of ‘De zin van het al? Hoe zit het daarmee?’.

Maar gewoon ‘Een lief bij u houden, hoe moeilijk kan dat zijn?’ of ‘Kunst, waarvoor dient dat nu eigenlijk?’ Nee, blijkbaar moet iedere generatie daar opnieuw doorheen, een soort filosofische puberteit.

Op de kunstvraag, maar dan in zijn variant ‘Moeder, waarom lezen wij?’ heeft de boekendokter de afgelopen drie jaar op zijn manier een antwoord proberen op te formuleren. Dit is  – voorlopig althans – mijn laatste dus laat u mij een kleine uitweiding toe.

In die drie jaar dat Cobra.be een boekendokterpraktijk huisvestte, werd er wekelijks een voorschrift uitgeschreven. Daarnaast hielden verschillende boekendokters spreekuur op beurzen, in boekwinkels en bibliotheken. Verscheidene van deze confraters waren door mij bewonderde auteurs. Hun medewerking vervulde mij met niets minder dan genoegen en trots.

Samen behandelden we honderden patiënten. Sommigen begrepen de grap, anderen bleken ongeneeslijk. Niet een gering aantal onder hen waren bijzonder openhartig en spraken over verkeerd genomen afslagen, lange perioden van uitzichtloosheid of vertrokken dan wel verdwenen geliefden. Bedankt voor uw vertrouwen, dergelijke eerlijkheid was een verrassende, vaak verblijdende en altijd nederig stemmende ervaring. U vroeg om romans die bijstand moesten verlenen bij studiekeuzes, liefdesverdriet, zinloosheid of borstvergrotingen. Het voorschrift zal er niet altijd precies op hebben gezeten, maar hopelijk kwam het af en toe in de buurt.

Over het therapeutisch effect op de patiënten die hier op de site publiekelijk werden behandeld, is nog minder geweten. De mortaliteit bleef beperkt tot de goedlachse Daerden, dus daar valt weinig statistiek uit te puren. Zou de nog goedlachsere Evy Gruyaert Bukowski’s Factotum tot zich genomen hebben? Fouad Belkacem heeft in ieder geval alle tijd nu om More’s Utopia op te slaan.

Het is mijn stevige vermoeden dat het lezen van boeken inderdaad mensen hun leven kan verbeteren op een wijze die te vergelijken valt het nemen van medicijnen. Ja, er zit de nodige rommel in het medicijnkastje. Ja, soms is het alleen symptoombestrijding. Ja, er bestaan burgers die nooit naar een pil snakken. En ja, anderen kunnen geen dag zonder hun vaste dosis.

Daarom als laatste voorschrift twee romans voor die groep van verstokte lezers die romans doorploegen omdat ze ondervinden dat er iets schort aan de wereld.

Dit koppel boeken, afkomstig van een Nobelprijswinnaar en een bloesemend talent, leveren u niet het ontbrekende onderdeel maar beschrijven die wrevelige zoektocht die velen van ons afleggen.

Herzog van de eerbiedwaardige Saul Bellow (1915 – 2005) kostte me aanvankelijk wat doorzetwerk. Hoofdpersonage Moses Herzog is de draad kwijt. En goed ook, hij schrijft voortdurend brieven aan vrienden, politici, Nietzsche en God. Tussendoor probeert hij te snappen waarom hij ondanks zijn universitaire loopbaan, burgerlijke bestaan en oprechte verliefdheid er zo’n potje van gemaakt heeft. Aanvankelijk fladderen de flarden Joods-Amerikaanse identiteit, seksuele radeloosheid wat al te ongrijpbaar door elkaar heen, maar wie zich overgeeft aan de Herzogs frenetieke dooltocht, zal op den duur overwelmd worden door de schoonheid van Bellows beschrijvingen en de oprechte ontreddering van zijn hoofdpersonage.

Al vertrouwd met deze literaire gigant of toch niet overtuigd geraakt? Schaf dan Lieve Céline aan van de Nederlandse schrijfster Hanna Bervoets (1984), een van de weinigen van haar generatie die een wereld kan beschrijven die niet louter uit andere boeken lijkt voor te komen. Hoofdpersonage Brooke is op bijna alle vlak het tegengestelde van Herzog, deze jonge vrouw uit een achterstandsbuurt kan niet bogen op culturele rijkdom om haar te troosten of filosofische grootheden om haar zorgen uit te diepen. Zij schrijft brieven aan haar idool, de Canadese diva Céline Dion. Haar levensdoel is nu haar te zien ontmoeten. Maar tussen droom en daad staat de wrange waanzin.

Doe u er voordeel mee, trouwe lezer, het was een genoegen u te de les te lezen afgelopen jaren. Tot slot, het lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het natuurlijk niet:  De boekendokter had nooit zijn wachtkamer kunnen opzetten zonder de trouwhartige ondersteuning van Cobra.be en al haar medewerkers.

Op uw gezondheid!

TAGS:

Patiënt: Wie geen zin heeft in de feesten

Recept: Een overlevingspakket

Wat is dat toch altijd? Waarom moet er altijd toch zo gesleurd worden aan elkaar en zichzelf wanneer de dagen korter worden en de temperaturen lager? Onze voorvaders hebben daarom wat al dan niet verzonnen feesten aan elkaar geplakt zodat we nog eens onder elkaar komen voor wat okselwarmte en toegestane vetzakkerij.

Maar of het nu komt door de centrale verwarming of door al die verschalende familieverhoudingen; de boekendokter kent meer mensen die verzuchten dan juichen bij al dat geëlektrificeerd jolijt. Cadeaus uitkiezen voor familieleden die toch alleen nog maar wc-papier en sigaretten nodig hebben, opzitten bij slaapverwekkende gesprekken, toegeven dat je weer een jaar niet hebt leren koken, de instructies van de traiteur niet begrijpen, toch maar weer beginnen over die keer in de Ardennen toen jij de rekening niet betaald hebt… En aardig doen, de hele godvergeten tijd aardig doen.

Eerlijk gezegd, de boekendokter houdt ervan. Het kan hem iedere jaar niet Wham-erig en cava-van-de-Delhaize genoeg zijn. Maar goed, hij heeft niet doorgestudeerd om alleen zichzelf te genezen. Daarom bij uitzondering, een gecombineerde aanpak voor de zware gevallen.

meer lezen …

Patiënt: de Fyra-reiziger

Recept: ‘Moord in de Oriënt-express’ van Agatha Christie

Volgens een joodse wijsheid bestaat er geen grotere dief dan diegene die te laat komt. Tijd is immers het enige wat je niet teruggeven kunt. Dat de vaak vertraagde Benelux-trein onlangs plaats moest maken voor een snellere variant, leek dan ook een daad van gerechtigheid. Helaas staat de Fyra nauwelijks vier dagen op de rails of er is al sprake van een gigantische tijdsdiefstal. En dat voor een duurdere en minder flexibele variant van een onnodig verdwenen trein.

Hoewel de boekendokter zijn rijbewijs haalde op de dag van zijn achttiende verjaardag, is hij al een paar jaar autoloos. Zoveel huisbezoeken zijn er niet nodig in zijn professie. Hij is dus maar al te goed vertrouwd met de (al te zeldzame) geneugten en de (helaas al te veelvuldig voorkomende) kwalen van het openbare vervoer.

Treinen zijn goed voor de planeet en een mens kan ook niet een hele dag binnen blijven maar toch… Zo vaak wordt een reis naar een aanhalige of egostrelende bestemming volledig vergald door infrastructurele desinteresse. De schreeuwende, onwetende, boerende en smakkende wagondeler, ach, lees Twitter er maar op na. Zulke medemensen zitten er nu eenmaal tussen. Maar als er geld wordt neergelegd, mag er iets terugverwacht. En hoe duurder het kaartje, hoe meer er terugverlangd mag. Dat is bij de Fyra niet het geval.

Ruimte en tijd vrijmaken om te lezen, daar kan de boekendokter natuurlijk niet tegen zijn. Maar voor wie staat te verkleumen op een perron in Roosendaal of zijn leven voelt wegglippen tijdens een stapvoetse rit, is dat maar een schrale troost. Wat u op dat moment nodig hebt, is een boek dat uw ervaring deelt en tegelijk uw moordlust weet te kanaliseren.

Moord in de Oriënt-express van Agatha Christie (1890-1976) is bij uitstek geschikt om die heilzame taken te verrichten. De Belgische detective Hercule Poirot bevindt zich aan boord van deze mythische trein als deze door een sneeuwstorm (een storm, geen verdwaald buitje dus) tot stilstand wordt gebracht. Een medereiziger is vermoord en de immer parmantige Poirot moet zijn grijze celletjes (zijn woorden) overuren laten draaien om tot een oplossing te komen.

Zoals het hoort bij een detective wordt er hier en daar een onsje geloofwaardigheid vermorst om spanning en intrige te intensifiëren. Het moordmysterie zit echter zo ingenieus in elkaar dat alleen een droogstoppel zich daaraan storen zal. Uw medisch-literaire staf is niet de enige om dit de beste Christie te noemen. Nu nog hopen dat de verwarming aanstaat in de wachtzaal.

Patiënt: de ouderwetse flamingant

Recept: Alfa Amerika van Jan van Loy

Hardwerkend, trots, gastvrij, plantrekkers, levensgenieters, eerlijk en bescheiden bovendien. U weet wel over welk volk de boekendokter het nu heeft. Inderdaad: de Schotten. Of de Catalanen. De Turken zullen zich ook wel kunnen vinden in bovenstaande kenmerken. Vlak de Mongolen niet uit. En de Polen, ook niet vies van een dag goed doorpakken en ’s avonds hartelijk wezen zijn met zijn allen.

U snapt het al: ieder volk denkt zo min of meer hetzelfde over zichzelf. En dat dan vooral om zich te onderscheiden van andere volkeren. Nu ja, dat met die gastvrijheid kan nogal eens gaan eroderen wanneer al dat harde werken een zekere mate van welvaart tot stand heeft gebracht.
Met alleen wat kenmerken opsommen, kom je er natuurlijk niet als volk. Daar moet ook wat geschiedenis (al dan niet verzonnen) bij, een beetje kapitaal (al dan niet elders gejat) en een flinke dot cultuur (hoog en laag, maar hoog gaat het langste mee.)

Nu was de negentiende eeuw een goede tijd voor zowel de roman als de natiestaat. Niet verwonderlijk dat die twee nogal eens een samenwerking aangingen. In Vlaanderen kennen we in dat kader natuurlijk het werk van Hendrik Conscience. Niet de minste der scribenten, we hadden het veel erger kunnen treffen, maar toch, De leeuw van Vlaanderen. Het is niet zijn beste.

Nu was er onlangs wat gedoe over een van zijn romanpersonages en een plein dat naar hem vernoemd is. We gaan die discussie hier niet herhalen maar de tegenstelling tussen oude en nieuwe cultuur vindt de boekendokter maar benevens de kwestie. Ieder jaar zou er wel een roman of dichtbundel mogen benoemd worden die op dat moment de volksaard het meest benaderd.

Jan van Loy (1964) schreef zo’n boek: een cultuurstudie-in-romanvorm, geheten Alfa Amerika. Vier verhalen vertelt hij daarin, alle vier belichten ze een aspect van Vlaanderen. En dan vooral die kantjes die uitgegroeid zijn onder invloed van die grote cultuurfabriek die we de Verenigde Staten noemen. Aan bod komen handelsgeest, rockmuziek, doorgeslagen entertainment en dat even hoopgevende als afschuwelijke gevoel dat je alles kunt worden wat je maar wil.


In een mengvorm van journalistiek, cultuursociologie, satire en thriller toont Van Loy u de Vlaming. Niet in de vorm van een lofzang, maar van een lachspiegel. En kritiek mengen met spot, dat zouden meer mensen mogen doen.

TAGS:

Patiënt: de fiscus

Recept: Ask the dust van John Fante

Omdat het moeilijke tijden zijn, moeten we allemaal wat meer betalen. Dat is logisch. Zegt men. Wie dat ook logisch vindt, doorziet het retorisch trucje niet. Deze moeilijke tijden zijn niet hetzelfde als het jaar na jaar mislukken van de aardappeloogst met hologige kindjes ten gevolg.

Deze cyclus van groei en tegenslag is niet zo vanzelfsprekend als een seizoenswisseling. Economie is geen natuurfenomeen, het is eerder een rammelend computerprogramma waarmee we maar blijven voortrommelen. Dat doen we wel op meer terreinen van het leven. Een olieramp vinden we afschuwelijk, maar zelf stoppen met autorijden, dat is ook weer zo wat.

Deze politieke, psychologische en morele dilemma’s worden blootgelegd, ontleed en herschikt door journalisten en romanciers. Een handvol onder hen doen dat op een manier waar veel mensen in zich weten te vinden. Dat brengt soms geld op, een enkele keer zelfs heel veel. Daar betalen ze zonder morren belasting op want ze weten dat schoolpoorten, bospaadjes, ziekenhuizenbedden en bibliotheekpassen ook geen natuurfenomenen zijn.

De meeste schrijvers kunnen echter nauwelijks een goede laptop komen van hun boekenverkoop. Veel medelijden moet u daarom nog niet met ze hebben, ze doen het zichzelf aan en dat weten ze maar al te goed. Dat betekent echter nog niet dat de fiscus met hun voeten moet gaan spelen. meer lezen …

TAGS:

Patiënt: Seksisten

Recept: De vrouwen van Carhullan van Sarah Hall

Vandaag worden witte lintjes uitgedeeld in het land. Om mannen in te lichten dat je vrouwen niet zomaar bij de billen kunt grijpen. Of hen ‘schatje’ noemen als de context daar niet om vraagt.

Feminisme, dat is hier toch niet meer nodig? Femme de la rue? Ja, maar dat is een andere cultuur. Pol Van Den Driessche? Dat is een uitzondering. Prostitutie? Ik ga nooit naar de hoeren. Loonverschil? Zeg, jongen…

De boekendokter neemt iedere klacht serieus. Goed, zijn grootmoeder is nog volwassenen geworden in een tijd dat ze niet mocht stemmen. Dat waren wel degelijk andere tijden, we’ve come a long way zong Loretta Lynn al. Maar bovenstaande opsomming laat zien dat er nog werk aan de winkel is.

Zoals wijlen Gerrit Komrij – een man die toch tegen een stootje kon – het opviel dat hij altijd maar weer een valse nicht werd genoemd door zijn vijanden, zo worden ook vrouwelijke auteurs nog maar al te vaak neergezet als een tuchtig schrijfmieke of verdroogde heks. Een uitgever had het er nog over onlangs. Dus ook in de Republiek der Letteren kan een sensibiliseringscampagne geen kwaad. meer lezen …

TAGS:

Patiënt: De gamer (of diens partner)

Recept: De hondenkoning van Walter van den Berg

Ze zijn niet meteen te herkennen. Ja, de zware gevallen wel, maar dat is altijd zo. Aardig zijn ze, bijna allemaal. Tikje goeiig. Wie durft te beweren dat schietspelletjes aanzetten tot geweld, heeft overduidelijk geen gamers in zijn kennissenkring. De klerk die na een werkdag graag nog een uurtje mensen aan flarden knalt, is geen psychopaat-in-wording. Sterker nog, waarschijnlijk behoedt het hem net voor dat lot.

Dat neemt niet weg dat een nieuwe game een flinke hoeveelheid wereldvreemdheid teweeg kan brengen. Glazige blikken, afwezigheid, verblekend vel en een tijdelijke doch intense distantiëring van de medemens zijn de symptomen. Een dag vrijaf om de nieuweling alle aandacht te geven is niet zeldzaam. Wrevel aan de keukentafel evenmin.

Nu de nieuwe Call of Duty zijn intrede heeft gedaan, is het weer zover. Achter de glasgordijnen flikkeren de breedbeeldschermen net iets feller, de leeslampjes in de bedkamer gaan net iets eerder aan. Soortgenoten lispelen vaktermen, vergelijken vooruitgang en vorige versies.

Elk diertje zijn pleziertje, natuurlijk. De boekendokter zal de laatste zijn om iemands onschuldig vermaak af te nemen. Maar als u zichzelf toch zo lang alleen kan bezighouden, is het misschien eens goed om aan wat introspectie te doen. En als u daar geen boodschap aan heeft, kunt u het nog altijd aan uw huisgenoot cadeau geven. Heeft die tenminste wat verstandig voer voor de parlee met zichzelf.

Het medicijn van de week tegen de hype van het najaar is De hondenkoning van de Nederlandse schrijver Walter van den Berg (1970).  Neem het tot u en leer hoofdpersoon Eug kennen. Een IT’er van 27 die na een dag achter de computer graag nog eens achter de computer kruipt om wat te gamen.

Dat hij nog maagd is, lijkt hem niet al te veel te deren. Al is het maar de vraag wat hem wel raakt. Er zit het nodige onverteerds in zijn verleden maar dat wordt maar spaarzaam uitgelegd.

Het boek speelt zich af tijdens de laatste dagen van het jaar. ‘Er was een mogelijkheid Kerstmis op een aangename manier te beleven door het te beleven via de televisie. Het enige dat ik daarvoor hoefde te doen was mezelf verplaatsen in de personages van de films. Alle films die met Kerstmis worden uitgezonden, lopen gelukkig af, en zodoende was ik zelf zes keer gelukkig op één dag, en dat was een goede score.’

Gelukkig zijn er de games, een goedbedoelende baas en de verwarrende vriendschap van een meisje van veertien. De psychologische en narratieve forte van dit boek is dat Eug bijna ontdaan lijkt van emoties maar toch een emotionele, getroebleerde diepgang doet vermoeden. Van den Berg, één van de eerste bloggers in dit taalgebied, schrijft in een rechttoe rechtaan stijl zonder dat het kurkdroog wordt.

Gamer, lees dit en vraagt u zichzelf eens af hoezeer u op Eug lijkt. Huisgenoot van de gamer, lees dit en u zult met meer mededogen naar de rug van uw huis-Eug kijken.

TAGS:

Patient: De te gulzige Boekenbeursbezoeker

Recept: Een boekenkast op reis van Boudewijn Büch

Je had je het nog zo voorgenomen. Alleen maar even kijken, misschien een BV’tje spotten, meer niet. Ja, één of twee boeken, dat mag. Het is per slot van rekening een boekenbeurs, het zou raar zijn om er niets te kopen. En alvast wat voor Sinterklaas en voor onder de kerstboom. Een mens moet toch cadeaus kopen? Dat is toch normaal?
Ah, heeft die een nieuwe uit? Ja, die kan ik toch niet laten liggen, daar lees ik alles van, die had ik anders ook wel gekocht. En eens een goed, helder kookboek, nee, nu ga ik er echt iets uit maken. Dat van die Meus was toch nog te, te… technisch, zeg maar. En eentje over vermageren, want dat kan nooit kwaad. En nog een roman, natuurlijk. Dat is verfijnd, dat is beschaving, hogere cultuur, ik kan toch niet alleen…

En dan zit je thuis, turend naar de bergen ongelezen sediment. Je koopt geen boeken, je koopt de tijd om ze te lezen. Het is vrije momenten inslaan tegen de dood. Maar laat het niet aan uw hart komen. Het mag dan crisis zijn, boeken –althans hun inhoud – dalen nooit in waarde.

Het kan bovendien altijd erger. Wie wel eens vreest dat zijn boekenmanie uit de hand loopt, doet er goed aan ‘Een boekenkast op reis’ eens in te kijken. Het is het dagboek van schrijver, journalist, tv-maker en boekenverzamelaar par excellence Boudewijn Büch (1948-2002). Dit deeltje uit de Privé-domein-reeks doet verslag van het jaar 1998. Voor een reisprogramma trekt hij ondermeer door Amerika, Zuid-Afrika, Oostenrijk, Zwitserland en Italië. De man is niet alleen geobsedeerd, hij verzamelt obsessies. Of het nu de coelacant, Goethe, Andy Warhol, de dodo, countrymuziek, Aboriginals zijn, hij moet er boeken over hebben. En zo mogelijk ook foto’s, bustes, botjes, T-shirts, herinneringsservies… Zijn huis puilt uit, ieder antiquariaat wordt kaalgekocht.

Büch beschouwt zich als een verslaafde, koketteert er zelfs mee. Maar dat weerhoudt hem niet van zelfinzicht. Hij weet dat de landen die hij aandoet, niet echt bezoekt. Hij wil ze slechts doorbladerd hebben. Kiezen kan hij niet, hij wil alles maar weet dat dat tot mislukken is gedoemd. Geluk is voor hem slechts een heel korte periode na de aankoop. Daarna lonkt het volgende boek.

Dan valt uw papierbergje uit Antwerpen best mee, nietwaar? Laat het niet aan uw hart komen.

TAGS:

Patiënt: de afgunstige Boekenbeursbezoeker

Recept: Brieven aan een jonge dichter van Rainer Maria Rilke

De aanblik van de boekentsunami die over de beurstafels trekt, stemt niet iedereen vreugdevol over zoveel cultuurgoed. De veelvraatlezer raakt gefrustreerd van de wetenschap dat er hier nooit tegen op te lezen valt. In vorige eeuwen waagden Britse adellieden en Amerikaanse oliebaronnen zich nog wel eens aan de opdracht om van ieder boek een exemplaar in huis te halen. Nu is geen vorm van waanzinnigheid zo bedwelmend om dat nog haalbaar te doen voorkomen.

De spaarzame lezer zal een weeklaag doen opstijgen dat kwaliteit verzuipt in kwantiteit. Hij zal de Middeleeuwen in herinnering brengen toen het hebben van drie boeken een onmetelijke rijkdom veronderstelde.

Van een heel ander chagrijn is de schrijver die door de wereld miskend wordt. Hetzij omdat hij niet gepubliceerd raakt, hetzij omdat niemand je leest. Daar loop je dan, te midden van de halfbakken talenten, omsingeld door je eigen vragen: ‘Waarom zij wel, en ik niet? Is het omdat ik geen mooie voorgevel heb? Zien ze dan niet in dat ik geniaal ben? Is het omdat ik te eerlijk voor ze ben? Niet modieus genoeg?’

De boekendokter wil niet hooghartig zijn over deze patiënten. Miskenning kan pijn doen. En daarnaast, deze getormenteerde ziel kan het schrijvend equivalent van Vincent van Gogh zijn. Maar goed, dat je geniaal wordt bevonden lang nadat je een einde hebt gemaakt aan je miserabel leven; ook zoiets.

Een hart onder de riem tegen ’s werelds loon is dan ook verkrijgbaar in een snelle en effectieve dosis, namelijk Brieven aan een jonge dichter van Rainer Maria Rilke (1875-1926). Rilke schreef (samen met Paul Celan en Friedrich Hölderlin) de meest doorvoelde en dwingende poëzie die in de Duitse taal vervaardigd is. Hij schreef ook het prozawerk De aantekeningen van Malte Laurids Brigge, een bijzondere collectie van herinneringen en bespiegelingen van een jongeman, ronddolend in Parijs. Het soort klassieker waardoor je benieuwd raakt hoe de huidige literaire kritiek erop zou reageren.

In de Brieven reageert Rilke op de vraag om advies van een jonge man die twijfelt tussen leger en literatuur. Hoe weet je wanneer je goed bezig bent, hoe raak je in die tijdschriften, wat moet je met ironie en lichamelijkheid in de letteren?

Rilkes brieven zijn een pleidooi voor authenticiteit, een oproep om literatuur slechts een zaak van de meest nobele motieven te maken. Publiceren, erkenning, verdienste, het is allemaal maar ondergeschikt aan de roeping zelf. Lees dit, en u weet weer waarom en hoe het moet.

Of het valt vies tegen, en dan kunt u nog altijd op internet er over lopen klagen. En wie al te veel geld aan boeken heeft uitgegeven: hier is een Engels versie te vinden.

TAGS:

Patiënt: De radeloze boekenbeursbezoeker

Recept: ‘Schaaknovelle’ van Stefan Zweig

De Boekenbeurs, de hadj naar het mekka van al wat gedrukt is, komt weer op gang. Een verrukking voor de een, een te warm gestookte letterenkermis voor de ander. Wie er op neerkijkt en het afdoet als een circus van schrijvende koks en ander tv-tuig, mag niet vergeten dat niet ieder boerengat over een goed geoutilleerde boekhandel beschikt en dat niet iedereen zin heeft om het internet af te struinen op zoek naar het onverwachte.

De boekendokter en vele van zijn confraters houdt er ook dit jaar weer zitting. We ontvangen op dagelijkse basis. Nu wij al wat ervaring hebben opgedaan met drommen patiënten, kunnen we zeggen dat er een klacht met stip op één staat: ‘Dokter, ik heb te weinig tijd om te lezen.’ Op nummer twee staat: ‘Ik wil lezen, maar heb geen idee wat.’

Hoe oprecht die klachten ook zijn – voor diagnose en recept moet u maar langskomen – het zijn luxeproblemen. Misschien wordt wel eens vergeten dat continue beschikbaarheid van boeken nog maar een zeer recent en lokaal fenomeen is. Kerk en staat bemoeien zich er niet meer mee, alles kan verschijnen, het web bedient de meest obscure auteur en de moeilijkste lezer.

Een roman die u er op wijst, wat een voorrecht het eigenlijk is om een boek tot u te mogen nemen, is Schaaknovelle van de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig (1881-1942). Een dun boek maar van een zeldzame pregnantie.

Hoofdpersonage doctor B. wordt in totale isolatie gevangengezet door de nazi’s. Hij heeft werkelijk niets te doen. Dat drijft hem bijna tot waanzin. Tot hij opeens een boek stelen kan. Het blijkt een schaakboek te zijn vol met historische wedstrijden en mogelijke zetten. Aanvankelijk is hij ontgoocheld. Tot hij alles in zijn hoofd begint te stampen en in zijn hoofd gaat schaken.

Eens hij vrij is, stoot hij tijdens een bootreis op een schaakwonder. Met enige tegenzin laat hij zich verleiden tot een potje dat hij wint. Maar tijdens de revanchewedstrijd gaat er iets mis.

Als u dit boek leest, zult u beseffen hoe u in uw handjes mag knijpen dat u tussen die boekenbergen mag lopen.

TAGS: