blog/de boekendokter schrijft voor

Patiënt: De vakbonden

Recept: In Dubious Battle van John Steinbeck

Het gaat niet goed met de vakbonden. Opmerkelijk, want de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat het kapitalisme nog niet groot genoeg is om voor zichzelf te zorgen. Het winstoogmerk is iets anders dan een bewijs van goed gedrag en zeden.

Wie nooit bij een piket heeft gestaan, is van mening dat het zware tijden zijn, dat we niet moeten zeuren en wat moeten inleveren. De jongeren – die allemaal zo verlangen naar een vast contract dat door die vakbonden is mede opgesteld – voelen zich genaaid. Ze kunnen niet naar hun examen of zien de pensioenkloof groeien.

Toch blijft het vreemd dat de vakbondcritici de schokken van het kapitalistische systeem willen opvangen door vooral te doen wat het systeem wil: dus niet zeuren, meer zelf betalen en harder werken. Aan de andere kant komen de vakbondslui over als egoïstisch en gedateerd. Ze zwaaien met vlaggen, hebben rare petjes op, drinken al vroeg bier, zaaien voetzoekers en denken alleen maar aan hun eigen heil. Ze verhinderen u naar uw werk te gaan waardoor u weer overuren moet draaien. Dat is de perceptie en niet geheel ten onrechte.

Misschien dat zowel bond als basher wat bezinning kunnen gebruiken. Daarom deze week een roman van de Amerikaanse nobelprijswinnaar en crisischroniqueur par excellence, John Steinbeck (1902-1968). In ‘In Dubious Battle’ ontmoeten we een oudere partijman, duidelijk een communist, die optrekt met een jongere idealist. De junior heeft alles verloren en er strijdlust voor in de plaats gevonden. Het land is in crisis en een Occupy-beweging avant la lettre heeft zijn tenten opgeslagen. Het zijn fruitplukkers in staking. Maar zoals de indignados al hebben aangetoond, is verontwaardiging makkelijker op te brengen dan structureel vol te houden. Steinbecks boek veroordeelt sociale onrecht dat door het kapitalisme te weeg is gebracht, maar vermijdt de communisten als heilbrengers af te beelden.

Lees dit boek, want slogans zijn helaas zelden geschikt om de werkelijkheid weer te geven. En zo heeft u nog wat te doen tijdens het posten of wachten op de trein.

Patiënt: voornemenbrekers

Recept: “Willpower”  door Roy F. Baumeister & John Tierney

Natuurlijk was u ongelukkig afgelopen maandag. Al dat gezanik over Blue Monday. Zogenaamd de depressiefste dag van het jaar want de Nicorettes en vetvrije zoutjes blijken toch niet zo goed te helpen en de eerstvolgende verlofdagen zijn nog ver weg. Allicht ten overvloede, maar hoewel een psycholoog er ooit zijn naam aan verbond, ontbreekt elke wetenschappelijke fundering voor deze dag. Het was een actie van een Brits reclamebureau die mensen ertoe wilde bewegen om een zonnige vakantie te gaan boeken in de anders zo luwe januarimaand.

Maar de kans is aannemelijk dat de goede voornemens inderdaad gesneuveld zijn. Toch weer net dat biertje te veel gedronken, het trekje-voor-de-gezelligheid-dat-een-pakje-werd en op uw bureau stapelen de leeslijsten, onderzoeksvoorstellen en achterstallige papers zich weer op. Vreemd want niemand twijfelt aan de voordelen van stoppen met roken of regelmatig studeren. Op 1 januari hadden we een lijstje gemaakt met wat allemaal beter moest dit jaar. Op 1 februari willen we het vod verbranden. De deuk in onze eigenwaarde krijgen we er gratis bij.


Maar misschien ligt het meer aan het lijstje dan aan u. Dat is de strekking van het recent verschenen boek “Willpower”, een samenwerking tussen psychologiehoogleraar Roy F. Baumeister, aangesteld aan Florida State en John Tierney, een wetenschapsjournalist van The New York Times. De ondertitel van Rediscovering the greatest human strength doet denken aan de zoveelste Dromen, durven, doen-variant.

Baumeister is echter een van ’s werelds vaak geciteerde psychologen die zo’n 500 artikelen publiceerde en een dertigtal boeken (mee-)schreef. Kernidee: wilskracht is als een spier. Je kunt het trainen maar dat kost moeite. En je kunt de spier ook overbelasten. En ja, sommige mensen zijn genetisch beter toegerust om bodybuilder te worden maar ook zij moeten trainen. Het boek biedt wat tips maar presenteert vooral inzichten uit wetenschappelijke studies.

Aan het eind van één van de eerste hoofdstukken wordt komaf gemaakt met de terreur van de goede voornemens: Maak geen lijstje. Niemand gaat tegelijk afvallen, minder drinken, stoppen met roken en alleen nog maar tienen halen. Simpelweg gezegd, je hebt een voorraad aan wilskracht en die raakt een keertje op.

De auteurs noemen dat het radijs-effect. Baumeister toonde dat aan met een experiment waarbij hongerige studenten zogezegd op hun intelligentie werden getest. Voor de studenten mochten beginnen, moesten ze wachten in een kamer waar warme koekjes, chocola en radijsjes werden aangeboden. Eén groep kon nemen wat ze willen, de andere mocht alleen de groentesnack. Daarna gingen ze aan de slag met opdrachten waarvan niet verteld werd dat ze onoplosbaar waren; een test waarvan aangetoond is dat doorzetting op dit vlak zich ook manifesteert op andere gebieden. De snoepers gingen twintig minuten lang door voor ze opgaven. Zo ook de hongerige controlegroep die helemaal niets te eten had gekregen.

Maar wie zich tot de radijsjes hadden moeten beperken, gaf er al na acht minuten de brui aan. Test na test bleek dat wie zichzelf een mate van zelfcontrole moest opleggen, er gewoon minder zin in had. Wie opgedragen wordt niet te lachen bij een komische film of niet te denken aan een ijsbeer, blijkt na deze disciplinering minder lang zijn hand in een kom ijswater te kunnen houden of minder lang in handspiertrainers te knijpen. Met voorbeelden uit sport, wetenschap en kunst maakt dit boek aannemelijk hoe we tot uitzonderlijke dingen in staat kunnen zijn maar tegelijk vooral een God in onze eigen gedachten. Lees dit, u komt er beter het jaar mee door.

Patiënt: Paul Jambers

Patiënt:  Paul Jambers

Recept: Reality Hunger van David Shields


Paul Jambers heeft de journalistiek ingrijpend beïnvloed. Dat zal hij zelf ongetwijfeld ook vinden maar zijn als verongelijktheid gepresenteerde zelfzekerheid doet nog geen afbreuk aan deze vaststelling.
Ik weet niet of hij een ooit het Laaglandse equivalent van een Pulitzer verdient maar wie Pieken Paultje laaghartige motieven toedicht, doet er goed aan in zijn achterhoofd te houden dat Joseph Pulitzer de peetvader genoemd kan worden van human interest en roddeljournalistiek.

Pieken Paultje heeft altijd zijn best gedaan om zijn werk te presenteren als naturalisme. In zijn onvergetelijke voice overs wemelde het van de verwijzingen naar de cultuurgeschiedenis. Nu zal zijn succes voor een belangrijk deel voortkomen uit een hang naar sensatie die leeft bij het publiek. De onverstaanbare boeren met seksslavinnen, burenbloedwraak, mensen die zich kleden als Brigitte Bardot; het werd vaak zo hijgerig in beeld gebracht dat het journalistieke engagement vaak verzoop in visueel leedvermaak.

Maar Jambers’ invloed is  endemisch te noemen. Zonder hem geen ‘Man bijt hond’,'Oh Oh Cherso’ of acceptatie voor meer liefdevolle programma’s zoals die Louis Theroux. Vroeger fietste er wel eens een dorpsgek door het beeld, nu rollen ze elke avond van de lopende band.  En ja, ook zij maken deel uit van onze wereld. Het is te makkelijk en oneerlijk bovendien om Jambers’ af te doen als een journalistieke rioolrat.

Jambers heeft ook een roman geschreven. Een drang waarvoor de boekendokter zeker begrip op kan brengen. Maar als invloed een graadmeter is voor kwaliteit, dan heeft de man met de schuurpapieren stem al lang zijn sporen verdiend. De moderne literatuur heeft altijd al aandacht gehad voor wat afwijkt – Don Quichot wordt niet voor niets als de eerste romanheld gezien – maar Jambers heeft er de camera opgezet. Vlaamse Schrijvers geboren tussen 1970 – ’90 zijn doordesemd met de tragiek van achterkeukentravestieten en levens verdronken in flessen porto en Martini van de Aldi. De thematiek van Jambers opgeschreven in Humo-stijl zal vaker terug te vinden zijn in deze generatie dan de literaire erfenis van pakweg Hugo Raes of Ward Ruyslinck.

De drang begrepen te worden, serieus genomen te worden, is naast overlevingsdrift allicht het meest fundamentele verlangen. Jambers boosheid – een biografie van meer dan 700 pagina’s, de interviews naar aanleiding van zijn nieuwe programma – komt daar uit voort.

De boekendokter vindt boosheid een nuttig sentiment in iemands jeugd maar een destructief mechanisme in het latere leven. Daarom heeft Jambers vermoedelijk heil bij het boek ‘Reality Hunger’ van David Shields (1956). Het is een verzameling citaten en overpeinzingen, overal van gejat en zelf verzonnen, die allen handelen over de vraag wat het verschil is tussen fictie en waarheid. En is zo’n verschil nog wel nuttig? Hebben we echt weer behoefte aan een verzonnen verhaal over iemands jeugd? Journalisten mogen niet liegen maar moeten romanciers dat wel doen?

Citaten als: ‘Waarom nog een experiment uitvoeren als we al weten wat voor resultaten het zal geven?’ of ‘Al wat je doet, zal tegen iemands esthetische opvattingen ingaan’ of ‘Luister aandachtig naar de eerste kritieken op je werk. Merk zorgvuldig op wat het is aan je werk dat critici niet leuk vinden – en cultiveer het dan. Dat is het deel van je werk dat individueel is en waard om te behouden.’

Patiënt: De crisisvrezer

Recept: Goodbye to Berlin van Christopher Isherwood

Verdomme. Is het nieuwe jaar dan eindelijk begonnen, blijkt de wereld gewoon door te draaien. Hoe kan een eenvoudig mens zich aan zijn voornemens houden, als de grote systemen het niet eens doen? Na de bezuinigingen, komen nu allicht nog grotere bezuinigingen. En wat met Griekenland? Is dat nu al eens opgelost in Italië? Of vallen daar zo meteen ook allerlei dossierkasten open? En binnen de grenzen wordt het ook allemaal minder komende tijd. Minder leger, minder kunst, minder beleg.

Mocht het u als eenvoudige patiënt allemaal afgrijselijk voorkomen, probeer dan enige vrede te vinden in het simpele feit dat u er allicht weinig aan kan doen. Ja, probeer geen schulden te maken, geef niet te veel uit. Maar ook weer niet te weinig, anders valt de economie stil. Maar voor de rest, afwachten, geen kou vatten. En een boek lezen dat u nog esthetisch genoegen leert ontlenen aan wat langzaam ontbindt.

Daarvoor kunt u terecht bij het bitterzoete, mooi-melancholische semi-fictionele Goodbye to Berlin van Christopher Isherwood (1904 – 1986). Isherwood zakte express in Cambridge omdat hij ruimere vergezichten wilde. Hij werd bevriend met W.H. Auden en begon te reizen. Nieuwe plekken zien en de letterencanon de hand schudden, werden twee constanten in zijn leven. Misschien kent u de musical Cabaret? Die is gebaseerd op zijn werk en meer bepaald zijn ervaringen in de Duitse hoofdstad.

Omdat hij op mannen viel en de Weimar-republiek daar iets minder moeilijk over deed, trok hij naar Berlijn. In Goodbye beschrijft hij in een paar verhalen de straatarme gezinnen waarbij hij inwoont. Ze hebben nog wel de manieren maar niet de middelen van een volk dat ooit een Wereldoorlog begon. Tegenover de stumperende middenklasse plaatst hij de verveling van de rijkeluiskinderen, de seksuele vrijheid van de nachtclubs en de worsteling van mooie jongens die op ander mooie jongens vallen.

Verwacht geen uitspattingen of snoeiharde portretten van een maatschappij in verval. Isherwoord is op bezoek in een land dat zijn toekomst zoekt. Van de dwalingen kan hij zowel genieten als gruwelen. Maar beide kanten van de medaille beschrijft hij met een haast journalistieke neutraliteit.

Natuurlijk schopt de geschiedenis met vers ingevette laarzen tegen de Teutoonse poort. Joden worden gepest, winkels geboycot. De mooie jongens moeten gaan opletten. Het boek wordt gepubliceerd in 1939.

Voor de lezer van nu is het een bundeling in lessen van kijken naar een land in crisis. Gelukkig leren we van de geschiedenis. Toch?

Patiënt: Wie een rotjaar heeft gehad

Recept: Ik ben mogelijk van Maud Vanhauwaert

Mensen die het leven maakbaar achten, hebben eerder een elastische geest dan een kneedbaar lot. U kent ze wel, die immer zelfbewusten die de kosmos als een luxe kuuroord zien. Ze hoeven maar te wijzen en alles op het buffet des leven is van hen. Ondertussen wordt ook nog eens hun nagel gevijld. Snak je naar die mooie auto? Die glanscarrière? Dat lief met wipneus én scherpe kaaklijn? Dan moet u maar hard genoeg willen.

Waarom dit soort mensen ook vaak klagen over hun gewicht, niet zo goed kunnen uitleggen waar kanker vandaan komt, laat staan de Holocaust – daar komt hun kauwgumcognitie van te pas.

Nee, u die dit leest, u bent zo niet. U probeert, u doet uw best, u recht uw rug, uw intenties zijn zo klaar als pompwater, zo zuiver als kristal en toch u geraakt daar niet aan uit, maar tja, nee, het mocht niet zijn. Ze koos een ander, hij bleek te veel te drinken, in die Alfa Romeo schoot het roest al na de eerste bocht in de velgen en de fundering van uw huis was toch van gruyère en nee, u kunt de schade niet verhalen en nu zit u met de fondue.

Daar staat u dan, uw neus naar uw schoenen, uw hoofd zwaar hangend tussen uw schouders, van ver ziet het er uit als een kinderhoofdje dat zich terug in de moederschoot wringt – Was u maar nooit geboren! 

En het jaar is alweer bijna voorbij. Weer een heleboel dingen niet gelukt. Heeft u uw lijstje voornemens nog? Zo ja, gooi maar weg zonder er naar te kijken. Nu weer nieuwe bedenken?

Misschien wel. Maar u verdient een beetje zachtheid. Zeker, stinkende heelmeesters enzovoorts maar na zo’n jaar moet u zichzelf niet weer op de grille van de onbarmhartige eisen leggen. Een beetje gentillesse, deze keer. Daarom eerst maar eens de dichtbundel Ik ben mogelijk van Maud Vanhauwaert (net 27, aldus de achterflap).

Het is een verzameling van zachte portretten. Van kleine dingen, kinderen op een schoolplein, vrouwen die elkaars schoenen lelijk vinden, een jongen met droge lippen, van schurend graag zien. Het grote verlangen en het nog grotere verdriet zijn wel aanwezig maar ze steken de kop op in afgewende blikken en voorzichtige observaties.

Doe daarom uw best volgend jaar maar denk niet langer in termen van winnen of verliezen. Lees Van Hauwaert. Lees verzen als:

Ik ga je heel veel dragen

boven alles en om mij heen

en als ze mij naar je vragen, zeg ik wacht

 

dan leg ik je zachtjes van mij af

kijk hoe zij mijn kleren is

hoe naakt ik zonder haar

 

ik kan je ook in mij dragen

maar als niemand ziet hoe je in mij doorweegt

houd ik het niet lang

[…]

Een gelukkige.

Patiënt: Wie een eenzame kerst heeft

Recept: De aantekeningen van Malte Laurids Brigge van Rainer Maria Rilke

Jajajajajaja, literatuur kan kwetsen, verwonden, doen zieltogen maar vooral… troosten. Zo hoort men vaak beweren. Een roman als zakdoek. Wel, de boekendokter is het daar voor de duur van deze tekst nu eens helemaal niet mee eens.

Als een lief de deur onvergetelijk hard achter zich dichtslaat, loopt niemand meteen naar de boekenkast. En als u dat wel doet, is het zeer begrijpelijk dat u uw dagen alleen moet slijten. Even lekker een negentiende-eeuwse klepper op schoot als u terugkomt van een begrafenis? Lijkt me sterk.

Nee, romans en gedichten kunnen wel uw gevoelsleven verwoorden maar voor stelping of oplossing moet u toch echt bij Kleenex of Nescafé zijn. Van lezen wordt u een beter mens, maar gelukkiger? Ja, er is wat uiterst summier psychologisch onderzoek die dat doet vermoeden, maar voor geluk kunt u toch beter grijpen naar een geliefde.

Ja, en als die er niet is? Zeker in deze dagen van dennengeur en champagne-adem kan dat wel eens pijn doen. Knijp gerust uw ogen dicht tegen het verkilde licht van uw koelkast, grabbel naar wat u vinden kunt in de diepvriesla. Ben & Jerry’s en Smirnoff kunnen het soms goed vinden met elkaar.

Neen? U let op lever en lendenen? Liever een boek? Neem dan niets tot u over geesten, zwavelstokjes of andere escapistisch spul. Daar gaat u alleen maar nog meer van grienen. In deze tijden is het beter te lezen over eenzaamheid en menselijk onvermogen. Herkenning verlicht namelijk.

De boekendokter kent geen eenzamer boek dan –nee, vergeet Crusoë, die had het nog naar zijn zin – De aantekeningen van Malte Laurids Brigge van Rainer Maria Rilke (1875 – 1926). Het is de enige roman die deze dichter heeft geschreven. Al gebruikte hij zelf liever de term ‘prozaboek’. Fictieve aantekeningen zijn het, dagboeknotities, gedachten van Brigge. Een twintiger die naar Parijs is gegaan om… tja, er achter te komen wat hij nu eigenlijk moet met zijn leven? Om er te sterven? Om er om zich heen te kijken? Om er de durf te vergaren om een bestaan als dichter op te bouwen? Om er dood te gaan zodat er een nieuwe versie van hem geboren kan worden?

Zoiets. Ongeveer. Precies.

Jeugdherinneringen, gecombineerd met stadsobservaties en bespiegelingen over zingeving en de dood wisselen elkaar af. Er is geen plot, geen verhaallijntje dat de aandacht wil vasthouden. Wel zijn er zinnen als: ‘Wat werd beschenen was door de mist omsluierd als door een lichtgrijs gordijn. Grijs in grijs zonden zich de standbeelden in de nog verhulde tuin. Hier en daar stonden bloemen op in de lange bloembedden en zeiden: rood, met geschrokken stem.’ Of: ‘En niet is gering en overtollig.’ Of: ‘Hier kon je niet op wachten, je was er, je was gedwongen tot het nauwelijks meetbare: een gevoel dat een halve graad steeg, de hoek waaronder een door bijna niets belaste wil zou uitslaan, die je van heel dichtbij zou aflezen, de lichte vertroebeling in een druppel verlangen en de nietige kleurverandering in een atoom vertrouwen: dat moest je constateren en bewaren; want in dergelijke processen bevond zich nu het leven, ons leven dat in ons was binnengegleden, dat zich naar binnen had teruggetrokken, zo diep dat er nauwelijks nog iets van vermoed werd.’

Nog even doorbijten. Voor je het weet is Kerstmis voorbij.

Patiënt: Jacques Chirac

Recept: De idioot van Fjodor Dostojevski

Toch verbazingwekkend hoe graag wij de mensen als ondeelbaar beschouwen. Toen de boekendokter nog studeerde, dwaalde een gastschrijver rond aan de universiteit. Een jaarlijks terugkerend fenomeen dat meestal uitdraaide op een oefening in deceptie. Wie college bij hem of haar volgde, leerde vooral stokpaardjes kennen of werd ingepeperd dat schrijven iets is voor mensen die graag door de wereld in het gezicht gespuwd worden.

Maar deze gastschrijver was anders. Waar de letterkunde vaak tot verzuring leidt, predikte deze man eigenzinnige levenslust. Overdag tapte hij anekdotes en gaf hij schrijftips, ’s avonds zoop hij zich ongans. Zijn gebruikelijke zigzag naar het hotel probeerde hij te maskeren door telkens opnieuw te pauzeren voor dezelfde gevelsteentjes en telkens opnieuw een enorme interesse te veinzen.

Een paar studenten namen aanstoot aan zijn nachtkant. Hoe konden ze zijn colleges serieus nemen als hij kater afwisselde met roes? Ze haakten af, de boekendokter volgde hun redenering niet.

Maar wat te doen met politici? Zij vertegenwoordigen het volk maar moeten tegelijk ‘meer’ zijn dan een gewone burger. Beter, eerlijker, puurder. Hoewel dat natuurlijk onmogelijk is, mag het toch van hen geëist worden. Beschaving bestaat uit streven naar. Maar… te braaf, daar slaat de boer zijn hond voor dood. Idealisten zijn niet geschikt voor het compromis. Als zij hun handen vuilmaken is het met het bloed van hun tegenstander.

Dat de nu veroordeelde oud-president Jacques Chirac dingen heeft gedaan die niet mogen: duidelijk. Maar hoe het goede midden te vinden tussen fout en heilig boontje?

Een roman die waarschuwt voor een teveel aan zuiverheid is De idioot van de Russische gigant Fjodor Dostojevski (1821-1881). De epileptische Prins Mysjkin keert terug naar Rusland uit het sanatorium. Hij probeert daar weer een leven op te bouwen maar zijn goedheid, naïviteit en zijn idiotie beletten hem dat. Hij praat eerlijk over zijn motieven, wil uit liefde (godbetert!) trouwen maar dat mislukt. Hij is bereid grote sommen te geven aan wie het niet verdient. Zijn epilepsie neemt alleen maar toe, evenals zijn vertrouwen in God. Zijn rentree in de maatschappij mislukt.

Dostojevski’s boeken en leven bevinden zich tussen het menselijke tekort en het terroriserende besef dat het beter kan. Of u Prins Mysjkin nu een sukkel vindt of een voorbeeld, zal afhangen van hoe succesvol u zelf bent om u staande te houden in de huidige maatschappij. Het is niet bepaald de meest vlotte roman uit de Russische bibliotheek. De structuur komt door zijn episodische verteltrant soms schokkerig overig. Gesprekken over godsdienst waaieren over de pagina’s. Soms lijkt de prins eerder een filosofisch concept dan een personage. Maar als Chirac nu nog een faux pas begaat, moet hij twee jaren zitten. Wat leeseelt vergaren, kan dan geen kwaad.

TAGS:

Patient: Winnares Elite Model Look 2011

Recept: Eten op zijn Vlaams door Louis Paul Boon

Een vijftienjarige uitvoerig bekritiseren en bespotten om haar uiterlijk; dat grenst toch aan het misdadige? Toch is dat precies wat de Zweedse Julia Schneider overkomt de laatste dagen. Nog maar net werd bekend dat ze de Elite Model Look 2011 had gewonnen, of de wereld plaste over heen. Haar armen te hoekig, een boezem ontbreekt, een lichaam in de vorm van een lolly. Hopelijk heeft ze de komende tijd weinig zin om het internet op te gaan. En er wordt al zoveel geld uitgegeven tegen cyberpesten.

meer lezen …

Patiënt: Het Laatste Nieuws-lezers

Recept: De dood heeft mij een aanzoek gedaan van Kristien Hemmerechts

De boekendokter zit zelf ook wel eens in de wachtkamer. Uitziend naar een middeltje dat zijn loopneus of buikloop kan verhelpen, grijpt hij dan in de schilferende hoop tijdschriften, folders en kranten. Omdat ze daar neergelegd zijn in een poging onze sterfelijkheid te doen vergeten, zijn de bladen zelf onbeperkt houdbaar verklaard.
U zult het vast wel eens meegemaakt hebben: u neemt een zogeheten vrouwenblad op uw schoot, leest over de nieuwste huidcrèmes, orgasmetrucs en stoofschotels. Een kort interviewtje met Kristien Hemmerechts, een guitig restauranttipje, een kekke interieursuggestie… En dan stuit u op een interview met een lang verdwenen politicus of een recensie van een reeds verramsjt boek.
Zonder het te merken heeft u een drie jaar oud blad tot u genomen. Sommige media weten dat hun lezers altijd hetzelfde willen. En dat is dan ook precies wat dagelijks, wekelijks of maandelijks aan bod komt. In het digitale krantenaanbod spant Het Laatste nieuws de kroon.
Seksweetjes, mensen in verre landen die sterven aan straatgeweld en chocola-maakt-je-gelukkig-feiten. Allemaal even warrig gekopieerd, onduidelijke bronvermelding en vooral veel van hetzelfde. Nu heeft de boekendokter niets tegen lijfelijkheid en geweld maar hij toch wordt wat droevig van dat verwoede speuren van de HLN-redactie naar wéér een uit de hand gelopen orgie of een man die twaalf jaar dood ligt in zijn tuinhuisje.
Daarom, om de HLN-lezer te genezen van zijn doorligwonden, het boek “De dood heeft mij een aanzoek gedaan” van –inderdaad- mevrouw Hemmerechts. Waarom? Omdat het een schrijfster is die geen gêne heeft maar niet aan subtiliteit en empathie inboet.
Dit boek is een bundeling van dagboeknotities waarin ze nadenkt en twijfelt over zelfdoding, afscheid en liefde. Soms banaal, vaak irritant, hier en daar zelfgenoegzaam maar het is altijd eerlijk en onverbiddelijk. In dit boek dwingt ze bewondering af omdat behaagzucht haar vreemd is zonder dat ze koketteert met haar drang de grote thema’s te bevragen.
Komaan, HLN’er, er zit volop seks en dood in. Geef het een kans. Misschien behoedt het u wel voor afstomping.

TAGS:

Patiënt: de Italianen

Het Genuese pleintje liep af zodat halverwege de avond de dronkaards van hun stoelen rolden en de donkere steegjes in verdwenen. Bij de nuchtere overblijvers kon de boekendokter op bewondering rekenen. Niet vanwege zijn professie of kaaklijn maar vanwege zijn nationaliteit. ‘Ah, u komt uit het Noorden. Daar is alles toch zoveel beter.’

Er is geen mooier land dan Italië, vinden de meeste Italianen. Alleen jammer dat het in Italië ligt. Want zij die nog geen reden hadden om zich te bezatten, hadden weinig om trots op te zijn. Als ze al werk hadden, verdiende het slecht. Kantoorklerk overdag en pizzabakker ’s nachts leverde nauwelijks wat op. Of Berlusconi daar nu de schuld van was, of het feit dat hij zijn werk niet kon doen – dat verschilde nogal per terrastafel. En economische malaise of niet, ze genoten van land en leven.

Nu Berlusconi is verdwenen, feest Italië en verzucht het tegelijk. Wat nu? Zal de vis niet gewoon verder rotten, ook al is de kop afgesneden? Misschien. Moet het land radicaal anders of moet het kleine stappen nemen?

Maar de boekendokter wil het feestje nog niet bederven en schrijft daarom een roman voor die tegelijk doet dromen en nadenken, eentje die een nieuw soort staat beschrijft zonder dat het een deugdelijk bouwplan daarvoor aanlevert. Zegt de naam Aldous Huxley u iets? Ja, precies, van Brave New World of hoe alle individualiteit naar de knoppen gaat als de staat te hard ingrijpt. Maar wist u dat hij ook een radicaal nieuwe maatschappij heeft ontworpen waar alles wel goed uitdraait voor zijn burgers? Eiland heet deze minder bekende tegenhanger.

Het boek is verschenen in 1962.  En dat zullen we geweten hebben, want het boek hangt van hippiezweeftheorieën aan elkaar. Drugs nemen om verlicht te worden, hiërarchieloze mengelgodsdienst, beperkte industrialisatie, communale productie en samenleefvormen – alles komt langs. Van het onmogelijke via het aanlokkelijke en aannemelijke naar het absurde. Maar net dat ongeremde heeft zijn aantrekkingskracht en speelse charme. Een samenleving ingericht naar dat model is utopisch en dus onhaalbaar.

Maar geen daden zonder visioenen. Moge de Italianen nog even verder feesten en hardop dromen. De kater komt later.

TAGS: