Logo




Patiënt: De immigrant

Recept: Een literaire starterskit

Vlaams minister van Inburgering Geert Bourgeois (N-VA) mag blij zijn dat we in België inderdaad niet op straat leven zoals in de starterskit te lezen staat. Anders had de man de laatste dagen geen moment rust gekend. Het onder zijn auspiciën verschenen introductiepakket stuitte op hoon en verontwaardiging. Nu geeft de boekendokter het u te doen om een cultuur in een paar folderteksten te verknippen. Het is bij voorbaat tot mislukken gedoemd. Dat is misschien wel hoopgevend. Zodra een cultuur tot in de details te vangen is, wordt het in beste geval saaie kitsch. In ergste geval krijg je een dictatuur.

Maar dat betekent niet dat we de hoop moeten opgeven. Het is de minister ernst met de integratie en zoals een notabele past, sluit de boekendokter zich aan bij het gezag. En wat is nu een aangenamere, compactere kennismaking met een volk en land dan via een roman? Met een simultaanvertaling kom je een heel eind. En bovendien begin je al meteen met de taalachterstand aan te pakken.

Eén enkele roman als exemplarisch noemen voor de Belgisch-Vlaamse cultuur is vragen om problemen. Natuurlijk, zowel qua historisch materiaal, van-horen-zeggen-structuur en blootlegging van zeden wordt het niet beter dan Het verdriet van België. Maar zo doorwierookt katholiek en kleinburgerlijk is Vlaanderen nu niet meer. De Helaasheid der dingen dan maar? Niet te dik, veel mensen hebben het gelezen wat het tot een aangename ijsbreker maakt, je kunt vals spelen door de film te kijken en het leert de nieuwkomer meteen dat het in die huizen ook niet allemaal pais en vree is. En het pleit voor een land als het ook zijn minder mooie kanten laten zien. Noord-Korea doet dat nooit uit eigen beweging.

Toch moeten we ook opletten dat de nieuwe Belgen niet gaan denken dat het hier allemaal armoede is. Ze gaan zich niet verstaan aan al die BMW’s en Audi’s in het straatbeeld. De Monster-trilogie van Lanoye kan daarbij wel een duit in het zakje doen. Ook een mooi voorbeeld van hoe families hier niet in hetzelfde huis moeten wonen om zich flink met andermans leven bezig te houden.

Maar ja, kennen die mensen niet al genoeg tristesse? Een beetje ambiance mag toch ook. Wat beschrijvingen uit Pallieter? Nah, vaardig maar toch iets te gedateerd. Wat gestileerde gekte van Saskia de Coster? Dit is van mij, misschien? Tegelijk een veelzeggende titel in dit kader. Een oude, melige Brusselmans? Zo eentje waarin nog flink gezopen werd. De man die werk vond, hoe toepasselijk wil je het hebben?

De immigrant die te veel ervaring heeft met kille bureaucratie kan misschien wat van zijn lijden herkennen in De bewaker.

En het past nieuwelingen met een nieuwe auteur te verwelkomen. Dan is het Het land waar ik u liefheb van Annette Pas uiterst geschikt. Een van de hoofdrollen is voor een medelander weggelegd, er valt wat te lachen, er wordt Vlaamsch gesproken en het laat fijn zijn wat voor zootje het hier eigenlijk is.

Eigenlijk, excellentie Bourgeois, zullen we hier eens een stipte afspraak over maken? Eendracht maakt… Oh, laat ook maar.

Patiënt: Al wie verdwijnen wil

Recept: The Fates Will Find Their Way van Hannah Pittard

‘De Cel vermiste personen van de federale politie behandelde vorig jaar 1604 nieuwe dossiers van onrustwekkende verdwijningen. Daarvan zijn 1508 personen inmiddels teruggevonden, van wie 90 procent nog in leven’, publiceerde het persagentschap Belga onlangs.

De boekendokter kan zich veel inbeelden bij het verlangen te willen verdwijnen. Zeker als het leven een belofte niet lijkt na te komen. Maar weglopen – een paar stoute middagjes tijdens zijn jeugd daargelaten – écht weglopen is er nooit van gekomen. Niet genoeg misère gekend, niet genoeg lef in huis.

Wie verdwijnt, wil eerder een ander leven dan geen leven. Maar we hebben geen wisknop op ons voorhoofd staan. De buitenwereld herinrichten is een makkie vergeleken met onze herinneringen classificeren.

Hoe weglopen je verleden nog niet wegjaagt – daar gaat de debuutroman The Fates Will Find Their Way van de Amerikaanse Hannah Pittard (1978) over. Het is een van de meest ingenieus opgebouwde romans die de dokter in lange tijd op zichzelf heeft mogen uittesten. Ingenieus, onalledaags maar nergens wordt het geforceerd, het heeft alle natuurlijke en intrigerende souplesse van een afgeluisterd gesprek.

En waar wordt over gepraat? Over het verdwijnen van de zestienjarige Noa Lindell. Wie praat er? De schooljongens, hun ouders, de verre vrienden, de familie. Ze hebben haar bij de bushalte gezien, nee, ze stapte in een auto bij een man met een paardenstaart, ze komen haar jaren later tegen, hoogzwanger, nee, dat kan niet, ze was heel mooi, viel best mee, die is met haar naar bed geweest, nee, dat was haar zus.

Een ingenieus vlechtwerk van roddels, geruchten, leugens, misverstanden en giswerk vertelt het vreemde verhaal van Lindell. Woont ze nu wel of niet samen met een oudere Mexicaan die voor haar bastaardtweeling zorgt? Was het echt schaamte waardoor ze vluchtte? Is het alleen maar zedelijke dan wel seksuele ongemakkelijkheid die haar deed verdwijnen. Is het nog banaler of veel afschuwelijker dan dat?

Wie verdwijnt, valt veel te moeilijker te vergeten dan wie ongedwongen in het dagelijkse decor opgaat. Wie verdwijnt, is gedwongen om gevangen te zitten tussen het oude en nieuwe leven. Pittard schreef een prachtig verslag van het leven in die gevangenis.

Patiënt: Kontenknijpers

Patiënt: Kontenknijpers

Recept: ‘De dood van Bunny Munro’ van Nick Cave

De ene mens heeft nu eenmaal meer appetijt dan de ander. Dat beslist men meestal niet zelf. Dat komt met het pakketje dat iedereen vlak voor zijn geboorte kan ophalen.  Daarin zitten ondermeer lichaamsbouw, ogenkleur en ontvankelijkheid voor rare ideeën.

Wat men met die appetijt aanvangt, dat is weer een ander verhaal. De een vreet zich te barsten, de ander weet met de nodige zelfbeheersing zijn lichaam binnen de perken te houden. Met seksuele drift is het niet anders.

Maar in tegenstelling tot eetlust durft deze aandrang nog al eens te verhevigen naargelang de cv langer wordt. Hoe meer macht, hoe meer zin.

Wat de desastreuze gevolgen daarvan kunnen zijn; daar horen we nu iedere dag meer over.

Of de kontenknijpers en hun verdedigers zullen inzien dat er wel degelijk een moreel verschil bestaat tussen complimentjes geven en naar borsten grabbelen, is maar de vraag. Dat vereist empathie en inzicht. En ook dat zit in belangrijke mate al in het kraampakketje.

Maar literatuur is niet het slechtste middel om tot invoeling te komen. In het ergste geval leren ze niets bij maar hebben ze wel een bijzonder knap boek gelezen. Van de hand van een van de beste songsmeden van deze epoche: kraaienkoning Nick Cave.

In deze roman kijken we door de ogen van de handelsreiziger Bunny Munro. En die kan geen vrouw bezien of hij denkt aan hoe haar kut eruitziet. Of het nu een veertienjarig buurmeisje, een mollige serveerster of zijn dode vrouw is. De monologue intérieur van Munro hangt van geil aan elkaar. Ondanks alle seksuele strapatsen leeft hij een redelijk normaal, zij het licht marginaal leven als vreemdgaande vader en cosmeticaverkoper. Munro is niet volledig gespeend van sympathieke trekjes maar hij is een slaaf van drank, seks en kleurloosheid.

Als zijn vrouw zelfmoord pleegt, ziet hij zich voor de taak om zijn zoontje de wereld in te leiden. Dat draait uit op een tragikomische odyssee langs eenzaamheid en nog meer seks. De jongen leert er vooral van dat hij er alleen voor staat in het leven. Cave is de meester van apocalyptische beschrijvingen en zijn zwartgallige visioenen tillen dit boek ver boven soortgelijke kitchensink-drama’s.

Kontenknijpers, lees dit boek. Weet u tenminste voor een paar hilarisch trieste uren waar u uw handen moet laten.

Patiënt: Ben Crabbé. Recept: Turkse troel van Nilgün Yerli

Tv-persoonlijkheid en drummer Ben Crabbé – Weet u overigens hoe u kunt zien of het podium waterpas staat? Als het speeksel uit de mondhoeken van de drummer even lang is – heeft op zijn beste dagen de overtreffende trap van ironie bereikt. Hij maakt dan flauwe grappen over de flauwe grappen die hij maakt. Zijn talent bestaat eruit die metagrappen van een betere kwaliteit te laten zijn dan zijn primaire moppen.

Crabbé – Weet u overigens hoe je een drummer noemt die net gedumpt is door zijn vriendin? Dakloos – neemt meerdere afleveringen van Blokken op op een dag. Telkens nieuwe oneliners bedenken, de boekendoker geeft het u te doen. Deze presentator – Heeft u ooit gehoord over die drummer die ook hoogleraar was? Ik ook niet – grijpt dan al eens naar materiaal dat in de bovenste la ligt. Iemands hobby’s, naam, werk of afkomst vormen dan de rode draad die zijn quizvragen aan elkaar moet knopen. Het is een spelletje, meer moet dat niet zijn.

De boekendokter heeft niet alle afleveringen sinds 1994 teruggekeken maar blijkbaar had dit succesprogramma verleden week een primeur. Namelijk een kandidaat wiens voorouders niet al generaties lang in dezelfde buurt zijn blijven wonen. De man van Turkse komaf mocht een kleine twintig opmerkingen over zijn naam en binationale status verdragen. Dat deed hij met een gelatenheid die helaas veel ervaring doet vermoeden.

Ja, als een kandidaat een ietwat regionale tongval heeft of uit een streek komt waar meer akkers dan brasseriën zijn te vinden, dan begeeft Crabbé – Hoe noem je een drummer die noten kan lezen? Overgekwalificeerd – zich ook op melig terrein. Het verschil is dat mensen uit de Kempen of de Westhoek geen politieke partijen tegenover zich hebben die allerlei vreemde dingen van ze eisen. En veel discriminatie op arbeids- of woningsmarkt zullen ze ook wel niet tegenkomen.

Iemand, al dan niet subtiel, afzeiken is onderdeel van de Westerse cultuur. Een volwassen man (ok, hij speelt Tetris in het openbaar maar dan nog) behandelen als een stripfiguurtje uit een voorbije tijd hoort niet meer in deze cultuur thuis.

Crabbé is een drummer, we moeten hem dan ook geen dikke boeken van Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk voorschrijven. Maar misschien dat deze tamboer – Waarom legt Crabbé altijd zijn drumsticks op zijn dashboard? Dan mag hij op de gehandicaptenplaats parkeren – gebaat is bij een luchtige introductie in wat het betekent om op te groeien is in een land dat tegelijk wel en niet het jouwe is. Hoe ingewikkeld het is als vanzelfsprekendheden tegenover elkaar gesteld worden.

De Turks-Nederlandse cabaretière Nilgün Yerli (1969) bundelde in ‘Turkse Troel’ (Zelfspot, Ben, dat kennen ze ook!) haar ervaringen met te gast zijn in je thuisland. Yerli’s werk mikt zelden op de grove verontwaardiging of schaterlach, het zweemt. Naar ironie, melancholie, en ja, ook meligheid. Yerli die op haar tiende naar Nederland verhuisde, trok na jaren en een uitverkocht Carré een tijdje terug naar Turkije. Het Nederland van de 21ste eeuw was even het hare niet meer.

Ook de meest flauwe klucht kan je op een gegeven moment boos maken. Na de zoveelste herhaling wordt het onduidelijk of het onwetendheid dan wel kwade wil is die eraan ten grondslag ligt.  Weet u overigens hoe het liefje van de drummer heet?

Ach, forget it, ga maar wat lezen.

TAGS:

Patiënt: De rancuneuze Vlaming

Recept: ‘Badal’ van Anil Ramdas

Niets vervelender dan uitleggen waarom je iets normaal vindt. Cultuur zorgt dat we een beetje kunnen opschieten met ons leven. Je geeft iemand een hand, je trouwt uit liefde en taart eet je met een ander vorkje. Maar als je op een judomat staat, moet je opeens buigen. En asperges en kip eet je toch met je handen? Toch?

Achter de vraag ‘Toch?’ zit het hele multiculturele drama verborgen. Want ieder volk, iedere generatie en ieder individu heeft zijn eigen ‘Toch?’. Wie nooit instemming krijgt op deze vraag, voelt zich achtergesteld of op zijn minst in de minderheid. Veel Vlamingen voelen zich ook achtergesteld. Omdat dat gevoel te staven, wijzen ze naar het verleden, de staatsinrichting en de Walen.

De boekendokter ziet verstandige mensen zitten in zowel het belgicistische als het Vlaams-nationale kamp. Alleen begrijpt hij de zelfgeselaars in het laatste kamp niet. Wonend in een van de rijkste en veiligste regio’s ter wereld, getuigt het van een weinig klare kijk om het voortdurend over minderwaardigheidscomplexen en bananenrepublieken te hebben. Wat inkijk in het leven van iemand die voortdurend van het ene naar het andere culture ijsschot sprong, kan dan misschien helpen om de blik wat bij te stellen.

In de autobiografische roman ‘Badal‘, vernoemd naar het hoofdpersonage, beschrijft journalist, essayist en tv-maker Anil Ramdas de uitputtingslag die zijn leven is. Hij vecht tegen zijn eigen minderwaardigheidcomplex als hindoestaanse Surinamer in een Nederland vol blanke goede bedoelingen en onversneden racisme. Hij wordt doodgeknuffeld als een troeteldier van de witte intelligentsia om daarna aan de kant geschoven te worden als een exponent van gedateerd multiculturalisme. Hij weet nooit of hij mee wil doen of zichzelf opsluiten.

Dat gevecht kan hij op den duur alleen nog maar voeren op een quotum van zes flessen wijn per dag. Een versmachtende rancune domineert zijn leven. Hij kijkt neer op zijn afkomst, zijn gastland, zijn werk en uiteindelijk ook zichzelf. De wetenschap dat het soms om nauwelijks verhulde feiten uit Ramdas’ eigen leven, geven je als lezer een wat ranzig gevoel. Alsof je een roddelblad leest. Maar dan geschreven door intellectueel met te veel  zelfhaat en een nietsontziende eerlijkheid.

Het ongemak dat na lezing blijft voortwoekeren, kan helend werken. Maar alleen als men bereid is om te aanvaarden dat je je leven kapot kunt maken door je te fixeren op je eigen gelijk en tekortkomingen. ‘Badal’ vertelt het tragische verhaal van een man die gemangeld wordt door racisme en angst maar uiteindelijk zichzelf het leven onmogelijk maakt. Letterlijk.

Ramdas zwakte het autobiografisch gehalte van dit boek af door te verwijzen naar het tragische einde van het hoofdpersonage. Het was geen krachtig argument. Niet veel later stapte de auteur uit het leven.

Patiënt: De luisteraars van StoryFM

Recept: De geruchten van Hugo Claus

Vlaanderen is een radiostation rijker. Die voornamelijk Nederlandstalige muziek zal draaien. Nu ja, veel Zjef Vanuytsel of Het Zesde Metaal moeten we niet gaan verwachten. Het gaat om zogeheten Vlaamse songs. Een genre dat blijkbaar een anderstalig woord nodig heeft om beschreven te worden. Kortom, liedjes die ook wel bekend staan als schlagers. Het zijn goede tijden voor het Vlaamse zelfbewustzijn; deze zender was dus te verwachten.

Het is een zender rond het tijdschrift Story. Dat betekent allicht ook veel aandacht voor het leven van mensen die vaak veel aandacht krijgen. Noem het tabloidjournalistiek, roddels, sensationalisme of ‘gezever van de boekjes’ – voor het merendeel is de informatie gebaseerd op een bron die minder aandacht krijgt dan diegene waarover die informatie handelt. Dat wordt vervolgens op papier gedrukt of de radiogolven in gestanst ten behoeve van mensen die er niet van zouden dromen ooit zo in het middelpunt van de belangstelling te staan.

In dat soort nieuws wemelt het van zinsneden als: ‘zegt iemand uit naaste kring’, ‘beweert men’, ‘aldus een vriend van de familie’, ‘volgens de bezoekers van het café’.

Een mens die nooit roddelt, is dood. Of een pilaarheilige. Mensen die op regelmatige basis een hoop roddels binnen willen krijgen over mensen die ze waarschijnlijk nooit zullen ontmoeten; daar mankeert toch wat aan.

Dat ‘van horen zeggen’ een dubieuze, en zelfs gevaarlijke basis is om je op te baseren, komt in weinig romans zo duidelijk naar voren als in De geruchten van Hugo Claus (1929 – 2008). In Claus’ laatste meesterwerk komt een Congo-veteraan terug naar zijn geboortedorp. Zijn moeder had tijdens de Tweede Wereldoorlog warme gevoelens voor een verkeerde man gehad. Daar wordt nog steeds over geroddeld. De veteraan moet zich verbergen. Men moet opletten met geruchten, ze kunnen zo snel waarheden worden – dat is de teneur. En inderdaad, op absurde maar magistrale wijze evolueert alle kwaadsprekerij naar kwaadaardigheid.

Zoals vaker bij Claus wordt niemand gespaard. Al krijgt clerus, kleinburgerij en de ons-kent-ons-regelaars er het meest van langs. Wat troost, hoe schamel ook, is te vinden in de liefde.

Leg de boekjes toch even aan de kant voor deze roman, Story-fans. De boekendokter belooft u: seks, drank en achterkamertjes; het zit er allemaal in.

Patiënt: de omstaanders van de busramp

Recept: The Sweet Hereafter van Russell Banks

Dat de boekendokters af en toe in levenden lijve hun praktijk uitoefenen – het zal u misschien niet ontgaan zijn. Op boekenbeurzen en andere foren van de geest hebben we dan ons eigen kraam. Al wie daar de behoefte toe voelt, kan bij ons aanschuiven. De verdwaasde zielen die vragen om een handleiding voor Adobe Reader daargelaten, gaat het meestal om zeer aangename consultatiegesprekken.

Soms komen mensen met leed dat dieper gaat dan: ‘Dokter, ik heb te weinig tijd om te lezen.’ Tijdens de meest recente sessie op het Mind The Book-festival kwam een patiënte aan het bureau zitten. Weifelend, afwachtend. Ze zei dat ze een jaar lang niets gelezen had. Twee dichtbundeltjes had ze net aangeschaft. Ze wilde de lectuur weer een kans geven.

‘Mensen hadden gezegd dat ik Tonio moest lezen. Of Schaduwkind. Alsof ik behoefte heb aan de gedachten van een ander die ook zijn kind verloren heeft. Ik heb genoeg aan de mijne.’ Het was een jaar geleden. Haar zoon was net volwassen geworden.

We spraken wat over poëzie. Ze kende alleen Claus en Nolens en wilde wat jonger volk leren kennen. Beide heren vond ze goed maar nu wat al te zwaarmoedig. Godzijdank hadden we het over poëzie.

Mijn vermoeden is dat het vaker zo werkt. Bij een banale neerslachtigheid ingegeven door supermarkten en sluitingstijden kan wat hair of the dog een mens goed doen. Een triest liedje, een bitter aperitief, wat geweeklaag in het licht van de koelkast. Naar bed met de belofte van beter.

Maar daar waar het leven zichzelf vacuüm dreigt te zuigen, ontmoet men liever geen kunst of verhalen die uiterlijke gelijkenissen tonen met wat je aangedaan is.

De dag van ramp werd ik gebeld – niet in mijn hoedanigheid van boekenrubricist – of ik wat schrijven kon voor een krant. De agenda verhinderde dat ik er überhaupt over kon nadenken. De volgende dag las ik de stukken van wie wel die de taak op zich had genomen. Vaardig, kundig, mooi verwoord en simpelweg samen te vatten: ‘Wat moet een mens anders hierover zeggen?’.

En ik dacht aan bovenstaand boek. Wie een kind heeft verloren in de busramp, ga je dat niet aandoen. Wie het geluk heeft op een afstand te staan, kan zijn vragen misschien beter stellen na lezing ervan. Dit, door Atom Egoyan verfilmde, verhaal handelt over een schoolbusramp.

Setting is een kleine gemeenschap die een belangrijk deel van hun toekomst weggevaagd zag. Wie is er verantwoordelijk? Heeft die advocaat die een schuldige zoekt, de rechtvaardigheid aan zijn kant? Welke genoegdoening kan ooit goed genoeg zijn? Het leven daar is verstard door verdriet, het hangt stil in het cellofaan van het ultieme onbegrip. Hoe heb je geleefd tot nu? Wat, na deze onuitwisbare schending, heb je nu om verder mee te gaan? Het komt nooit meer goed. En je gaat verder.

Nogmaals, geen getroffen ouder of leerkracht heeft wat aan dit boek. De omstanders zullen misschien even een gesprek kunnen hebben met de bedenksels van Banks. Wat kan een mens anders hierover zeggen?


Patiënt: Zij die hun geliefde willen vermoorden

Recept: Het zusje van de bruid van Joris van Casteren

Ga naar Google Nieuws. Voer in ‘vermoordt’. Op wat bijvangst over dictatoren na zal het opgehaalde net voornamelijk vol zitten met geliefden die elkaar de harses inslaan. Let dus op met wie je kust. Omhelzen en wurgen zien er van verre hetzelfde uit.

Natuurlijk, als je iemand je leven wil schenken, dan wil je hetzelfde terug. En als je schattebout het niet geeft, dan ga je het godverdomme halen. Al die happy slappy feitjes uit glanzende tijdschriften over hoe geliefden via feromonen, oogbewegingen en danspasjes elkaar tot copulatie verleiden, moeten geschrapt van eenieders mediadieet. Want waarom we verliefd worden op klootzakken, moordenaars en hobbyisten? Millennia aan evolutie schieten te kort.

Inzicht in waarom we een gloeiende kachelpook soms blijven vasthouden tot onze hand weggeschroeid is, vinden we terug in het boek Het zusje van de bruid van schrijver-journalist Joris van Casteren (1976). Er zijn interessantere discussies te voeren dan tot welk genre een verhaal hoort. Maar toch even een kanttekening omdat het nonfictie-karakter van het boek de inzet verhoogt.

Van Casteren verantwoordt het boek over een onmogelijk liefde met de woorden: ‘In dit boek heb ik het verhaal van haar en mij opgeschreven zoals ik het mij herinner en zoals ik het heb beleefd, met alle onvolkomenheden van dien […] Dit is mijn versie.’

Memoires dus, al is de gezapige bijklank van dat woord hier volledig ongepast. Van Casteren beschrijft hoe hij verliefd wordt op Luna. Al snel blijkt ze ziek, psychisch ziek. Dan is ze ‘iemand anders’. Die ander gebruikt drugs, drinkt gigantisch veel en begint elke maand aan een nieuw soort leven.

Als lezer weet je al snel dat Luna onredbaar is. Of de verteller dat ook weet, laat hij in het midden. Hij zet door. Probeert haar te helpen maar niet door haar drugs of wijn te verbieden. Sterker nog, hij schaft ze voor haar aan in de hoop dat ze het niet gaat verbergen voor hem. Niets baat. Alle liefde van de wereld helpt niet. Hij vraagt zich of hij misschien weinig meer is dan een voyeur van andermans leed.

Dus voor u naar jachtgeweer of onkruidverdelger grijpt, lees dit boek. Misschien realiseert u op tijd dat liefde geen optelsom is.

Patiënt: Wie liefdesverdriet heeft

Recept: Nauwelijks lichaam van Filip Rogiers

Bent u al minimaal twee keer verliefd geweest in uw leven? Nee? Stop dan met lezen en geniet vooral van uw geliefde. Of laat alles vallen en ga als de duvel en in godshemelsnaam op zoek.

U bent er nog? Dat wil zeggen dat u liefdesverdriet kent of gekend heeft. In dat geval kan de boekendokter u misschien helpen. Niet veel hoor, geen drastische middelen. Amputaties genees je niet met een chirurgische ingreep. Het is meer een zalfje. Maar zoals Herman de Coninck ooit schreef, het helpt zoals een moederhand op een voorhoofdje tegen koorts helpt.

De boekendokter kan natuurlijk elke week wat voorschrijven tegen de liefdesverdriet. Misschien dat 95 procent van literatuur erover gaat. De rest zijn landschapsbeschrijvingen en teksten voor marsliederen. Dus waarom net nu?

Wel, de nieuwe Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders komt eraan. Dat is een uitgebreide handleiding voor psychiaters en psychologen. Als er iets aan u short, stellen ze van u een lijstje symptomen samen, dat lijstje wordt vergeleken met wat er in het boek staat en aan de hand daarvan wordt bepaald wat u heeft. En daar worden dan de bijhorende pillen, praatsessies of voorzichtige wanhoop tegen aan gegooid. Een overzichtelijke, internationale standaard. Maar ja, wat is normaal? In vorige edities stond er ook de aandoening ‘homoseksualiteit’ in.

Nu de nieuwe versie eraan komt, trekken de psychiaters alvast van leer. Dat ‘rouw’ een ziekte is; daar zijn ze het niet allemaal over eens. Wie zes maanden na een gevuld graf of dichtgeslagen voordeur nog steeds zit te sikkeneuren – daar schort iets aan.

Daar moet de boekendokter niets van weten. Als iedere verstoring van geluk een ziekte is, dan kunnen we wel pillen blijven slikken. Wie op de grond ligt te stuiptrekken, heeft hulp nodig. Maar wie alleen maar af en toe de zin voelt om de grond te liggen stuiptrekken, moet beseffen dat daar niks mis mee is.

Een verhalenbundel vol verliezers of mensen die gewoon pech hebben, kan dan al eens deugd doen. In Nauwelijks lichaam van de Filip Rogiers worden voorzichtige verhalen verteld. Het zijn portretten van mensen wier portretten nooit in het museum zullen komen. Een schoonmaakster die aan kant werd gezet door man en maatschappij, beseft dat ze zich nooit echt een lichaam heeft gevoeld. Ze schaft een onnozel stringetje aan als strijdvlag. De vergeten knecht van een vergeten koning vraagt aandacht om wat de geschiedenis nauwelijks zal halen. Een vrouw beseft dat de tijd grotendeels aan haar voorbijgaat, koopt een caravan aan zee, stopt die vol met klokken en…

Tja, wat doen al die personages eigenlijk? Weinig, het zijn plekken waarin het wrakhout van de wereld aanspoelt. Maar dat zijn prima locaties om eens na te denken of uit te waaien.

TAGS:

Patiënt: Wie Rusland niet snapt

Recept: Montagne Russe van Pieter Waterdrinker

‘Die Russen, die kicken op pijn. Die zien gewoon graag af’, zei een student Russisch ooit tegen de boekendokter. Een student die zijn studies nooit heeft afgemaakt, overigens. De waarde van diploma’s wordt zeker overschat. Tenzij mensen onzin gaan uitkramen ten gevolge van een gebrek aan kennis. Soms is het beter om helemaal niets over een bepaald onderwerp te weten dan een klein beetje.

Toen de boekendokter nog in opleiding was, deelde hij lief en leed met een Russin. Dat betekent veel liefde, veel leed maar ook een intensieve kennismaking met het land en zijn geschiedenis. Je krijgt de Hermitage niet zonder de goelag. Voor een westerling lijken de Slaven allemaal met een verhoogde hartslag te leven.

Of het nu door passie, krijgslust of wodka komt, in Rusland is alles heftiger. Je drinkt tot je barst, als je danst raakt je hoofd het plafond en als je dood gaat, gaat je ook echt dood. Denken ze, de gerateerde studenten, de websitebruidegommen, de groepsreizigers.
Dat een land met zoveel geschiedenis niet te vangen is in een aantal clichés moge duidelijk zijn. Maar waar te beginnen? Zeker nu Poetin weer eens verkozen wordt, zal het aantal vragen over Moedertje Rusland alleen maar toenemen.

Een aangename, integere en levendige kennismaking met dit land is Montagne Russe van de Nederlandse journalist-schrijver Pieter Waterdrinker. Vanuit zijn moskovitische flat slaat Waterdrinker gade. Hij kijkt naar de jongeren die overal naar toe willen maar alleen maar bij zuipen en neuken terecht kunnen. Hij bestudeert de Russische intelligentsia die vast zijn blijven zitten in pre-Sovjet-voorkeuren. Hij tuurt naar binnen bij de nachtclubs van de jonge miljonairs. Van dit alles brengt hij verslag in de vorm verhalen en anekdotes. Hij is meelevend en begripvol zonder dat russofilie zijn blik vertroebelt. Hij schrijft humoristisch zonder de spot te drijven. Hij geeft de absurditeit weer zonder dat het een freakshow wordt.

Montagne Russe  – zo heette een achtbaan vroeger – weet uit te leggen waarom een Rus zijn land kan verfoeien en er tegelijk trots op kan zijn. Dat hij dat doet vanuit een voorliefde die hij zelf niet kan verklaren, maakt dit boek vreemd genoeg alleen maar authentieker. In liefde is het ook een beetje afzien. Had die student dat geweten, dan had hij misschien wel zijn diploma gehaald.